5. Druilerig maar warm: de eerste ronde

Op vrijdag 14 juli opent festival Over het IJ en in het volgende weekend zal tweemaal de tussentijdse presentatie van Yasser’s project plaatsvinden. Zondag 16 juli ben ik erbij. We starten in het hart van het festivalterrein en worden daar opgewacht door festivaldirecteur Esther Lagendijk die ons op de fiets zal meenemen naar het Waterlandplein. Hoewel het een natte dag is, sluit een tiental nieuwsgierigen zich aan.



Tijdens de fietstocht kom ik erachter dat enkele bezoekers zelf ooit in de Waterlandpleinbuurt gewoond hebben. Voor de meesten zal het echter een eerste kennismaking met de wijk worden. We fietsen door pittoreske stukjes van Noord en naderen na een kwartiertje het Waterlandplein. Op het grote grasveld zien we op een afstandje al het tijdelijke paviljoentje dat Yasser er gebouwd heeft, al is dat misschien een te groot woord. Met een aantal decoratieve houten constructies heeft Yasser een cirkelvormige ruimte afgebakend op het veld, waarbinnen een kampvuurtje aan het knapperen is. Ondanks het druilerige weer zitten al enkele wijkbewoners ons op te wachten: een meneer onder een paraplu, een jongeman die een danser blijkt en een aantal kinderen. We worden hartelijk ontvangen door Yasser en krijgen, voordat we gaan zitten een boekje met liedteksten. Eenmaal plaatsgenomen neemt Yasser het woord.



Hij vertelt ons kort iets over de wijk, wijst ons op zijn huis dat vlakbij staat en vertelt over zijn project tot dusver – waarin hij muziek uit de wijk verzameld heeft. Het resultaat daarvan ligt in onze handen. Al snel worden de charismatische koordirigenten Jacqueline Fleskens (die zo nu en dan een accordeon ter hand neemt) en Luc van Loo (vanavond begeleidend met gitaar) ge├»ntroduceerd, die ons door het boekje met liedteksten zullen leiden.



Meezingavondje
Het wordt de bezoekers duidelijk dat zij zelf gaan zingen en niet alleen komen luisteren. Door de vriendelijke en informele manier waarop Jacqueline en Luc de bezoekers daarin meenemen, verloopt dit vanaf het begin erg ontspannen. De liedjes worden kort geïntroduceerd en gecontextualiseerd door de gezellige Brabantse Jacqueline. Ze vertelt bij de meeste nummers kort iets over de herkomst van het liedje, ofwel historisch ofwel vanuit de wijk. Na een aantal keer voorzingen en gezamenlijk oefenen, zingen we met zijn allen. Ondanks de wisselende zangkwaliteiten voelt iedereen zich in deze setting vrij genoeg om mee te zingen; onze voorzangers weten de sfeer rond het kampvuur er goed in te houden. Yasser zingt als gastheer mee, gooit wat hout op het vuur en deelt ondertussen een wijntje uit (of cola voor de kids), wat altijd helpt om de kelen te smeren.

Onze uitspraak van het Marokkaans is – op zijn zachtst gezegd – niet zo best…

In een klein uurtje zingen we naast bekende en onbekende Amsterdamse liedjes, ook nummers in Hindi, Papiaments en Marokkaans, talen die de meesten van ons niet eigen zijn. Door even te oefenen lijken we ze toch vrij snel onder de knie te krijgen. Helaas wijst een aangehaakte jongen er nadien op dat onze uitspraak van het Marokkaans op zijn zachtst gezegd niet zo best was, maar dat hij de poging waardeert. Er lijkt tijdens de voorstelling (als je het al zo kunt noemen) geen sprake te zijn van een strakke regie, waardoor er veel ruimte is voor improvisaties van Jacqueline en Luc. Het zorgt ervoor dat er een gezellige en natuurlijke flow in het hele meezingavondje ontstaat en dat iedereen die uit nieuwsgierigheid komt kijken op een warme wijze in de kring wordt opgenomen. Ondanks het weer haken ook nog enkele wijkbewoners aan. Een dame in een scootmobiel is vrijwel vanaf het begin aanwezig, levert vrolijk commentaar vanaf de zijlijn en zingt zo nu en dan een nummer mee. Tegen het eind komen zelfs een paar puberjongens aangelopen die een boekje aangereikt krijgen en verrassend genoeg zonder gene de laatste liedjes meezingen. Helaas wordt het weer steeds viezer en druipt soms iemand af, maar de meerderheid zingt tot het eind alle liedjes rond het kampvuur mee.



Kader?
Tijdens de natte fietstocht terug naar het festivalterrein, pols ik de deelnemers naar hun ervaringen. Vrijwel iedereen geeft aan het leuk gehad te hebben; Jacqueline en Luc worden zeer gewaardeerd en ook de wijze waarop ze wijkbewoners weten te betrekken wordt geroemd. Toch zijn er ook wat kritische kanttekeningen. Volgens sommigen had Yasser zelf meer op de voorgrond mogen treden als wijkmaker en had hij wat meer over het ‘waarom’ van zijn plannen mogen vertellen. Velen waren ook nieuwsgierig naar de liedjes zelf en hadden er graag meer over gehoord: waarom zijn deze liedjes gekozen? Wie hebben ze ingebracht en wat is hun verhaal daarbij? Wat is de geschiedenis van deze nummers? Wat is hun relatie tot de buurt en de plek waarop we ze zingen? Dergelijke zaken werden zo nu en dan aangestipt door Jacqueline, maar het had meer een kader mogen vormen voor het gehele evenement. Dat had volgens een aantal bezoekers de waarde van het project vergroot. De bijeenkomst zou daardoor meer context krijgen waardoor het van een avondje gezellig zingen met bezoekers en wijkbewoners tot een gelaagder project zou kunnen uitgroeien. Al met al waren de ervaringen overwegend positief en viel het avondje ‘Vuur en Waterlanders’ ondanks het slechte weer niet in het water.