1. Proloog: De stem van de bewoners

In de Molenwijk realiseerde Janneke de Haan (1984) haar theatrale wandeling ‘Molenwijk, meer dan alleen een snackbar’. Raymond Frenken volgde deze Wijkmaker tijdens haar werkperiode. In onderstaande bijdragen doet hij verslag van zijn bevindingen.

Podcast
De performance van Janneke de Haan was in de eerste plaats een pleidooi voor een (nieuwe) ontmoetingsplek in de Molenwijk. De podcast ‘Wij, bewoners’ laat horen dat dit voorstel weerklank vindt bij de Molenwijkers en beleidsmakers. Beluister ‘m hier:

Molenwijkkoor
In de performance was een belangrijke rol weggelegd voor het Molenwijkkoor, samengesteld uit wijkbewoners. De leden zongen onder meer het door Noortje Braat geschreven Molenwijklied. In 2018 krijgt dit initiatief een vervolg. Wilt u meezingen, of een keer (vrijblijvend) aanschuiven bij een repetitie? Neem dan contact op met Hanneke Kuijk van Over het IJ: hanneke.kuijk@overhetij.nl

2. Idealisme en nostalgie

Het bibliotheekfiliaal in de Molenwijk heeft een kast ‘Amsterdam’. Mijn oog valt op het boekje Noord in beeld, waarin een selectie van sculpturen in de openbare ruimte wordt gepresenteerd. De beelden worden kort en feitelijk beschreven, daardoor lijkt het boekje eerder een zakelijke inventaris dan een gids die daadwerkelijk publiek moet interesseren. Toevallig opent het boekje met de Molenwijk. De beschreven werken stammen allemaal uit de jaren zeventig en tachtig en ademen een vrijmoedig soort optimisme dat nu wat gedateerd aandoet: uit de kluiten gewassen veelkleurige speelgoeddieren, ballonnen in primaire kleuren, een serie golvende betonnen wandjes die als ‘afgesneden heuvels’ zijn betiteld. Onderweg op de fiets kom ik de meeste beelden tegen. Scheefgezakt, groen van algen, kapot of overwoekerd. De kunstwerken lijken hun jeugdige idealisme verloren te hebben, en zijn verworden tot vale tekens van nostalgie.

Jaap van Hunen, Afgesneden heuvels, 1977

Een revolutionaire wijk
De Molenwijk werd eind jaren zestig gebouwd om te voorzien in de groeiende woningbehoefte. Verdeeld over vijftien flatgebouwen van tien verdiepingen werden 1.256 woningen gerealiseerd. De woontorens zijn per vier rondom een hoge parkeergarage gerangschikt. Vanuit de lucht ziet dat eruit als de wieken van een molen, en daar ontleent de wijk haar naam aan. Door de strikte scheiding van functies (wonen, winkelen, werken) en de ruime parkachtige opzet was de Molenwijk een schoolvoorbeeld van het ‘Nieuwe Bouwen’. De wijk is in dezelfde periode als de Bijlmermeer ontwikkeld, maar is veel kleiner van opzet en daardoor behapbaarder gebleven.

Uit: Bouwen en wonen in Amsterdam – Molenwijk, 1968

In verschillende opzichten was de Molenwijk revolutionair. De flatgebouwen behoren tot de vroegste voorbeelden van grootschalige prefab-bouw. De benodigde betonnen elementen werden in een constante stroom aangeleverd door het Zaanse bouwbedrijf Indeco-Coignet. Daarnaast waren de woningen veel ruimer van opzet dan in andere naoorlogse wijken. Een vierkamerappartement in de Molenwijk had een vloeroppervlak van 95m2; gezinswoningen in Nieuw-West waren gemiddeld 65m2. Tenslotte: de Molenwijk was de eerste autovrije wijk van Europa. In de brochure Bouwen en wonen in Amsterdam – Molenwijk (1968), een uitgave van de Gemeente Amsterdam, staat vol trots:

‘Hier nu, heeft men de auto een duidelijk stedebouwkundig stopteken gegeven: tot hier toe en niet verder. Tussen woonmilieu en autoverkeer is een duidelijke scheiding gemaakt. […] We wonen in een stad en willen dat weten. En om de bewoners comfortabel te huisvesten stapelt men, behalve de auto’s, ook de woningen. […] Maar tussen de hoge woonblokken zal men veel ruimte vinden om te spelen en wat sport te bedrijven. […] Géén parkeerwoestijn, wél de troost van het groen na gedane arbeid.’

Van saamhorigheid tot kansarmoede
De Molenwijk is tot bloei gekomen in de jaren zeventig en tachtig. Dat is tevens de periode waarin het begrip bewonersparticipatie zijn intrede deed. Historicus Duco Hellema stelt in zijn boek Nederland en de jaren zeventig (2012) dat de politieke en culturele vernieuwingen in de jaren zestig resulteerden in een toenemend zelfbewustzijn van de bevolking. In tal van maatschappelijke sectoren werd de roep om meer inspraak en democratie vervolgens ingewilligd. Het is ook deze periode waar veel Molenwijkers van het eerste uur met enige nostalgie aan refereren, zo blijkt na vele ontmoetingen. Met weemoed wordt gesproken over druk bezochte inspraakavonden, bewonerscommissies, het gezamenlijk aanleggen en onderhouden van de heemtuin… Aan betrokkenheid en idealisme geen gebrek bij deze bewoners.

Uit: ‘Amsterdam, een groene stad’, in: Ons Amsterdam, jrg. 24, no. 9, september 1972

In de loop der jaren – door veranderingen in tijdgeest en bevolkingssamenstelling – zijn de bewonersparticipatie en gevoel van saamhorigheid echter onder druk komen te staan. Een adviesrapport dat in 2004 werd opgesteld in opdracht van de Gemeente Amsterdam gaat in op de veranderingen die enkele wijken in Amsterdam-Noord doormaken. De toon is uitermate somber. Grootschalige naoorlogse delen van Noord, zoals de Molenwijk, Nieuwendam-Noord en de Banne zijn al sinds de jaren tachtig minder in de gratie bij de kansrijkere Amsterdammers. Sluipenderwijs zijn deze gebieden het domein geworden van ‘kansarmen en ontheemden’: “Wat dan ontstaat is een concentratie van mensen met een heel uiteenlopende culturele achtergrond, die niets met elkaar gemeen hebben behalve hun kansarmoede, die er ook niet voor hebben gekozen daar te wonen en die ook niet in staat zijn er iets aan te veranderen. Van enige vorm van buurtgemeenschap is steeds minder sprake.”

Tijd van aanpakken
Sindsdien is het er natuurlijk het nodige verricht – door wijkbewoners, maatschappelijke organisaties, de woningcorporaties en de politiek – om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en de sociale structuur in de wijk te ondersteunen. Maar er zijn ook bedenkelijke maatregelen genomen, zoals het wegbezuinigen van wijkcentrum het Molenhuis of het laten verloederen van de openbare ruimte.

In 2016 doen verschillende welzijnsorganisaties die in Amsterdam-Noord werkzaam een gemeenschappelijk appèl tot aanpakken van de leefbaarheid. De Molenwijk kent een stapeling van problemen, zo wordt gesignaleerd. ‘De sociaaleconomische situatie in Molenwijk verslechtert en de buurt scoort ongunstig als het gaat om leefbaarheid en veiligheid. (…) In de Molenwijk en De Banne zijn de leefomstandigheden van veel bewoners niet optimaal. De kwaliteit van de openbare ruimte en de veiligheid zijn voor verbetering vatbaar, kinderen moeten meer kansen krijgen en te veel huishoudens leven van een minimuminkomen. (…) Molenwijk kent verschillende groepen bewoners: van relatief veel senioren tot een instroom van grotere gezinnen. Veel mensen vinden de sociale samenhang in de wijk kwetsbaar, waardoor zij zich steeds minder veilig voelen.’

Over het IJ is ervan overtuigd dat kunst iets kan veranderen in onze samenleving. Het festival wil daar graag een actieve rol in spelen en vraagt aan de kunstenaars die deelnemen aan het Wijkmakersproject om te bezien hoe zij zich met deze wijk en haar bewoners kunnen verbinden vanuit hun eigen artistieke kracht. Maar: als het de professionals al zo moeilijk valt – kan kunst dan überhaupt een positieve bijdrage leveren aan de leefomstandigheden in een wijk? Of kan een kunstenaar juist omdat hij of zij geen ‘professional’ is op sociaal-maatschappelijk vlak, een heel ander perspectief of andersoortige impuls geven?

3. De Goudkust

“Persoonlijke verhalen van de mensen die ik ontmoet, zijn altijd een inspiratie,” zegt theatermaker Janneke de Haan. Haar locatie- en muziektheatervoorstellingen combineert zij graag met community-art. “Ik nodig mensen graag uit om zelf actief mee te doen in een project: achter de schermen, maar ook als performer.”

In 2014 studeerde De Haan (1984) af aan de regieopleiding aan de Amsterdamse Academie voor Theater en Dans. Twee jaar later richtte ze met psychologe Geartsje Postma de stichting Haring & Hummus op, met als doel op een creatieve manier vluchtelingen en hun Nederlandse buren nader tot elkaar te brengen. Dat resulteerde onder meer in ‘Ik & de Oorlog’, een theaterproject met jongeren uit Sneek en omgeving en bewoners van het plaatselijke AZC. Daarnaast organiseert zij in Balk het Slaapfestival, met verschillende muzikale en theatrale performances.

Janneke de Haan: “Persoonlijke verhalen van de mensen die ik ontmoet, zijn altijd een inspiratie”

Dit voorjaar is zij door festival Over het IJ gevraagd om deel te nemen aan het Wijkmakersproject en zich te richten op de Molenwijk. Daarop is zij voortvarend aan de slag gegaan. Om de buurt beter te leren kennen ondernam zij met Gerrit Stegehuis, die zich namens Stadsdeel Noord als gebiedsmakelaar bezighoudt met deze wijk, een drie uur durende wandel- en fietstocht.

Onder dak bij de bibliotheek
Geroutineerd wandelt ze in het bibliotheekfiliaal naar de koffieautomaat, die achter de pc’s hangt. “Ik heb nu al een paar keer hier in de bibliotheek gezeten. Het ontbreekt me nog aan een ruimte om rustig te kunnen werken en later te kunnen repeteren.” Misschien dat ze op een later moment terecht kan in een ruimte van woningcorporatie De Alliantie. Buurtsoap De Wasserette, een voorstelling van het Volksoperahuis en de Tolhuistuin, heeft daar gespeeld. Een alternatief is de Molenwijkkamer, maar deze is wat kleiner en is regelmatig in gebruik voor cursussen, naailessen en kookclubs.

De Haan vertelt dat de wijk gebouwd werd in de jaren zestig, toen de verzuiling nog een feit was. Wat haar fascineert is dat de flatgebouwen destijds in handen waren van vier of vijf woningbouwverenigingen. Naargelang de zuil van de betreffende corporatie, werden de ruime appartementen vooral toebedeeld aan de middenklasse. De wijk zou dan ook de ‘Goudkust’ genoemd zijn. In de eerste decennia was sprake van een rijk verenigingsleven. Gaandeweg werd de bevolking echter diverser wat afkomst en inkomensklasse betreft, wat leidde tot segregatie.

Verhalen op de bankjes in het plantsoen
“Als ik vertel dat ik bezig ben met een theaterproject in deze wijk, is de eerste reactie ‘Ga je iets doen met de jongeren? Want die zorgen wel voor problemen hoor…’ Maar dat is helemaal niet mijn bedoeling, om problemen op te lossen. Ik ben kunstenaar, geen maatschappelijk werker. Bovendien: in de wijk wordt al heel veel georganiseerd voor jongeren en ouderen. Ik wil even verder kijken: wie woont hier nog méér? Ik ben eigenlijk het meest benieuwd naar de wijkbewoners tussen de 15 en 80.”

“Ik ben kunstenaar, geen maatschappelijk werker.”

Haar eerste idee is om vijf duo’s van Molenwijkers verhalen te laten vertellen, liefst in de buitenlucht – verspreid door de wijk, op enkele van de vele parkbanken of in het plantsoentje. De bibliotheek kan dienen als uitwijkmogelijkheid bij slecht weer. “Het lijkt me mooi om in de bibliotheek – tussen de verhalen iets te doen óver verhalen.”

Een koor voor Molenwijk
Een tweede idee is om een projectkoor op te zetten, dat na de zomer van start gaat en in vijf repetities enkele nummers instudeert. Het koor kan óók – net als in klassieke tragedies – reageren op de voorstelling. Achterliggende gedachte is dat Janneke en Over ’t IJ met het Wijkmakersproject beogen iets ‘achter te laten’ in de wijk. De oprichting van een koor ziet De Haan als een duurzame investering in de wijk. Ze gaat een dirigent zoeken en wil voor de zomer al geïnteresseerde wijkbewoners vinden, bijvoorbeeld via een oproep bij de bibliotheek.

NB: Het Molenwijkkoor krijgt in 2018 een vervolg. Wilt u meezingen? Klik dan hier voor meer informatie.

4. Meer dan alleen een snackbar…

“Molenwijk is méér dan alleen een snackbar,” laat de jongste deelnemer aan de schildercursus zich ontvallen. In de Molenwijkkamer komt elke dinsdagochtend een klein groepje bijeen om onder leiding van Christina te schilderen. Theatermaker Janneke de Haan zit vandaag aan een tafeltje in de hoek om kennis te maken, te vertellen over het Wijkmakersproject en te polsen of de schilderclub een bijdrage zou willen leveren.

Molenwijkkamer
De Molenwijkkamer doet dienst als ‘huiskamer’ voor bewonersinitiatieven. Sinds de sluiting van buurtcentrum het Molenhuis in 2012 was er grote nood onder de bewoners aan een plek om samen te komen. Ruim twee jaar geleden heeft woningcorporatie De Alliantie een ruimte onder de parkeergarage bij de Paltrok beschikbaar gesteld. Deze werd door een groep Molenwijkers zelf opgeknapt, ingericht en beheerd. Sindsdien biedt de Molenwijkkamer plaats aan taalcursussen, koffieochtenden voor ouderen, huiswerkbegeleiding en gezamenlijke maaltijden. Daarmee is het een treffend voorbeeld van een door bewoners zelf gedragen initiatief om de sociale cohesie te bevorderen.

Christina is onmiskenbaar de leider van de roedel. Haar bewegingen én haar woorden zijn trefzeker, en getuigen op een onnadrukkelijke manier van een grote souplesse. Als ik haar vraag naar haar achtergrond, blijkt dat ze Jazzdans heeft gestudeerd en jarenlang als danseres heeft gewerkt. Enkele jaren geleden, is ze zich gaan toeleggen op yoga en het schilderen.

Ook de oudste deelnemer, Ineke, heeft de nodige podiumervaring. In een geïmproviseerde soapserie voor een lokale tv-zender speelt zij iedere week de ‘chique dame uit de Molenwijk’. “Wie mij kent,” zegt ze, “weet dat dat natuurlijk helemaal niet het geval is.” Toch lijkt de rol haar op het lijf geschreven. Ook al woont zij al tientallen jaren in de Molenwijk, in haar uiterst verzorgde dictie klinkt niets van het iets slepende dialect van Amsterdam-Noord. Ze heeft jarenlang voor de klas gestaan en geniet nu vooral van haar vrije tijd. Alhoewel… vrij? Ze is ook vrijwilligster bij het Diereneiland, de speeltuin en kinderboerderij in de wijk.

Over de vraag om deel te nemen aan een van de presentaties, hoeven de drie eigenlijk niet na te denken. Met verbazingwekkend veel gemak weet Janneke hen ertoe te bewegen om mee te doen met kleine speloefeningen die aanhaken bij het gesprek dat ondertussen gevoerd wordt. Zonder voorbehoud zeggen ze in koor: ‘Wij schilderen geen appels en bloemetjes’. Grappig genoeg hangt boven hun hoofd een door de zon gebleekte reproductie van een Van Gogh: een vaas met bloemen. “Dát is niet van ons!” Vanachter haar ezel voegt Ineke eraan toe: “Als je dat maar weet…”

5. Smeerolie voor de maatschappij

Theatermaker Janneke de Haan kan inmiddels gebruik maken van een kantoortje dat door woningcorporatie De Alliantie ter beschikking is gesteld. Sinds de laatste ‘Molenmeester’, een soort buurtconciërge, in 2015 afscheid nam van de wijk wordt de ruimte nog slechts enkele uren in de week benut. Om de paar minuten klinkt een dof gerommel en trillen plafond en muren: het kantoortje is ingericht in de onderbouw van de parkeergarage bij de Schipmolen-flat. Wat voor ons het plafond is, doet tevens dienst als oprit voor de auto’s.

Janneke stelt juist dat ze met haar voorstelling een pleidooi wil houden voor een nieuwe ontmoetingsplek in de wijk, als Gerard van den Berg het kantoortje binnenstapt. Ondanks zijn gevorderde leeftijd is hij nog vlot van tred en uitermate betrokken bij het reilen en zeilen in de wijk. Van den Berg woont niet alleen sinds jaar en dag in de Molenwijk, hij blijkt ook nauw betrokken bij het ontwerp van de wijk. Nadat hij zijn carrière begon in de wegenbouw, maakte hij de overstap naar een team van de gemeentelijke dienst Publieke Werken dat zich bezighield met groenvoorziening en landschapsontwerp.

Gerard van den Berg: “Het Molenhuis fungeerde als smeerolie voor de maatschappij”

Bij wijze van verrassing volgt een minicollege over de geschiedenis en inrichting van de Molenwijk. Van den Berg verhaalt over de inspraakavonden die in de beginjaren van de wijk regelmatig werden georganiseerd, waar hij niet als wijkbewoner maar ‘in functie’ aan deelnam. De Heemtuin en de zogenaamde bielzentuin werden in overleg met de bewoners aangelegd.

Hij memoreert ook de oorsprong van het oorspronkelijke Molenhuis: na de oplevering van de wijk waren de keten waar de bouwvakkers konden schaften en schuilen eigenlijk afgeschreven. De aannemer heeft ze toen aan de wijk ‘gedoneerd’, waarna er nog vele jaren dankbaar gebruik van is gemaakt door de bewoners. Op gegeven moment is het oorspronkelijke bouwsel vervangen door enkele portocabins. Nu resteert alleen een lege plek: uit bezuinigingsoverwegingen besloot het Stadsdeel in 2012 de subsidie stop te zetten waarna het Molenhuis definitief zijn deuren sloot en werd afgebroken. “Het Molenhuis fungeerde als smeerolie voor de maatschappij,” stelt Van den Berg. “Helaas had Stadsdeel Noord daar geen oog voor.”

6. Ontmoetingen en herinneringen

Theatermaker Janneke de Haan heeft haar project ‘Molenwijk, meer dan alleen een snackbar’ gedoopt. Haar plan om duo’s van wijkbewoners verhalen te laten vertellen, heeft ze laten varen. De tussentijdse presentatie die morgen plaatsvindt, krijgt de vorm van een theatrale wandeling. Deze wordt verzorgd door Noortje Braat, muzikant en performer. Het idee om een koor te formeren van Molenwijkers zal wél doorgang vinden – na de zomer.

Sarah (13): “Ik vind het gezellig dat er zoveel mensen in de wijk wonen.”

De afgelopen weken hebben Janneke en Noortje verschillende malen samen door de wijk gewandeld, waarbij Noortje haar viool bespeelde. Dat trok niet alleen veel bekijks, het bleek ook een middel om gesprekken met wijkbewoners aan te knopen. Onderweg ontmoetten ze bijvoorbeeld de 13-jarige Sarah. Op de vraag wat zij het leukste van de wijk vindt antwoordde ze: “Ik vind het gezellig dat er zoveel mensen in de wijk wonen. Ik maak met heel veel mensen wel een praatje.” Sarah bleek nog warme herinneringen te koesteren aan de activiteiten die in het Molenhuis werden georganiseerd, met name aan het pannenkoeken bakken.

Deze gesprekken, met uiteenlopende Molenwijkers, hebben tal van verhalen en anekdotes opgeleverd over het leven in de wijk. Janneke heeft dit verwerkt tot een theatrale tekst, die Noortje zal voordragen terwijl ze het publiek door de wijk ‘gidst’.

7. Intermezzo: beeldverslag

‘Molenwijk, meer dan alleen een snackbar’ werd eind juli voor het eerst gepresenteerd. Veel meer dan een viool en een verzameling verhalen hadden theatermaker Janneke de Haan en performer Noortje Braat niet nodig om het publiek kennis te laten maken met de Molenwijk. Deze foto’s van Moon Saris bieden een impressie van deze theatrale wandeling, die begon bij de bibliotheek in het winkelcentrum, een tussenstop maakte in de Molenwijkkamer en eindigde tussen de speeltoestellen en parelhoenders van kinderboerderij het Diereneiland.

[Noortje] De flats zijn hier neergezet in groepjes van vier, als de wieken van een molen. Elke flat draagt de naam van een Nederlandse molen: Torenmolen, Rosmolen, Bergmolen, Petmolen, Handmolen, Standerdmolen, Walmolen, Paltrop, Spinnekop, Tjasker, Bovenkruier, Grondzeiler, Wipmolen, Watermolen, Schipmolen.
[Noortje] Vijftien flats. Schijnbaar precies hetzelfde. Maar allemaal met hun eigen signatuur. Er was een katholieke flat, een protestantse flat, een socialistische flat, en zelfs een flat uitsluitend voor onderwijzend personeel. En al die partijen hadden zo hun eigen selectiecriteria om iemand toe te laten als bewoner.
[Noortje] De flats hebben allemaal hetzelfde ontwerp. Maar als je goed kijkt zie je ook verschillen – een eigen flatmentaliteit zou je kunnen zeggen. Bijvoorbeeld: als je goed kijkt, zie je dat in en rond sommige flats meer aandacht wordt besteed aan het groen dan in andere. Als je goed kijkt…
[Noortje] Een van de oudere bewoners spreekt ook van de veranderingen in de wijk. Van een rijk verenigingsleven naar anonimiteit. Van een ons kent ons-mentaliteit naar een vertroebeling… verloedering. Wat ook niet hielp, was dat de Molenmeester, Herman Oostwal, de wijk twee jaar geleden verliet. Herman hield alles in de smiezen. Net als het schoonmaakbedrijf Booy en de Rooy, dat is ook verdwenen. Het was gevestigd in de wijk en zorgde ervoor dat alles netjes bleef. En nu… afval op straat, vandalisme, hangjongeren, noem maar op. Alles is anders dan vroeger.
Maar. Is niet altijd alles anders dan vroeger? Vijftien flats maal 80 woningen maakt 1.200 woningen. Dat is een groot dorp. Hangjongeren, vandalisme, het is er allemaal, maar het zou nog veel erger kunnen zijn.
[Noortje] In de Molenwijkkamer worden kookworkshops gegeven en er wordt samen gegeten. Er worden lessen Qi Gong gegeven – om soepel door de bochten van het leven te bewegen. Studentenproject Vooruit organiseert hier allerlei activiteiten voor kinderen en ouderen. Het biedt plaats aan ‘Knutselen met Wilma’ en een bijzondere schilderclub. Maar: is hier wel ruimte voor alle Molenwijkers? Waar kunnen zij elkaar nog ontmoeten?
[Bezoeker] De snackbar!
[Noortje] Vraag aan een willekeurige Molenwijker wat hij het mooiste vindt aan zijn wijk, en het antwoord zal zijn: het groen. Een wijk met alleen maar flats, en toch overheerst het groen. In de woestijn die een stad kan zijn, is de Molenwijk een oase.
[Noortje] Dit mooie parkje is er al sinds de beginjaren van de wijk; het is ontwikkeld in samenspraak met de bewoners. Die kleine boom daar is eigenlijk buitengewoon. Het is een Ginkgo biloba, de oudste, nog levende boomsoort ter wereld. 300 miljoen jaar geleden kwam deze al voor, en nu staat ‘ie hier doodleuk in de Molenwijk. Het is een heerlijke plek om op een bankje te zitten met een boek, om tot rust te komen, om je buren te spreken…
[Janneke – tijdens nagesprek] Als theatermaker wil ik boven alles iets moois maken. Ik ben hier niet als maatschappelijk werker om mensen met van alles en nog wat te helpen. De mensen helpen mij juist: door te kijken en te luisteren kom ik erachter wat hier leeft. Dat voedt mij als theatermaker, om daar iets moois van te maken.
 

8. De stad is nooit af

Begin juli 2017. Op het terras van Snackbar Sphinx zit een groepje mannen. Het is duidelijk dat het geen vaste klanten zijn of buurtbewoners maar dat zij met een bepaald doel voor ogen zijn neergestreken in de Molenwijk. Bestudeerd nonchalant hangen zij in de vaalwitte kunststof stoeltjes, hun strak gesneden kostuumpantalons en smetteloze suède schoenen steken vooruit. We own this place, is de onuitgesproken boodschap. Een begindertiger is aan het woord. “In architectonisch opzicht, is het natuurlijk topklasse,” zegt hij. “Maar wat projectontwikkeling betreft is er niet veel te halen.” De anderen horen het aan. Zijn ze het hartgrondig met hem eens? Is de Molenwijk af, wat hen betreft?

Revival van de wijk
In zekere zin is het waar. Voor nieuwbouw is in ieder geval geen plaats, zo is enkele jaren geleden vast komen te staan. Stedenbouwkundig adviesbureau We Love the City stelde in 2004 een ambitieus plan op voor een ‘revival’ van de wijk. Gerealiseerd werd de – hoognodige – renovatie van de flatgebouwen. Verschillende flatgebouwen kregen nieuwe entrees, de gaanderijen en gevelbekleding werden aangepakt en de flats kregen gekleurde glasstroken op de kop- en voorgevels.

Het voorstel om nieuwbouw in de ruim opgezette wijk te realiseren sneuvelde echter. Bewoners waren er op tegen, en waarschijnlijk zorgde de economische crisis ervoor dat aannemers niet happig waren op risicovolle investeringen in een achterafwijk. Terugblikkend op het traject stelt het adviesbureau op de eigen site, niet zonder wrok: ‘Ons voorstel voor aanvullende woningbouw is niet geaccepteerd. De vernieuwing stagneert.’

Meer perspectieven
Is dat in de praktijk ook zo? Vanuit het perspectief van een teleurgestelde projectontwikkelaar misschien. Zoals ook dit theaterproject ons leert, zijn er meer perspectieven op de stad, en nóg veel meer verhalen van stadsbewoners – individueel en in groepsverband – die nog niet zijn afgerond.

Hoopvol is het dan ook dat de Amsterdamse Kunstraad haar advies om Amsterdam nog beter en mooier te maken als titel gaf ‘De stad is nooit af’ (2017), en daarbij met nadruk wijst op de rol van de bewoners. De laatste aanbeveling luidt: ‘Amsterdam staat voor een periode van groei en verandering. In een stad vol creatieve, betrokken en ondernemende bewoners moet de uitbreiding van onderop tot stand komen. Dit gesprek met de stad moet georganiseerd worden langs veel verschillende lijnen waarin wetenschap, technologie en de kunsten ideeën aanleveren, vragen stellen, zorgen voor disruptie en het proces van permanente verandering becommentariëren. Betrek de Amsterdamse bevolking bij dit proces […]. Urbanisatie vereist samenspel en voor het vinden van oplossingen kunnen we niet terugvallen op routine. De stad is nooit af.’

9. Slotpleidooi

Wijkbewoners en andere geïnteresseerden konden eind juli 2017, tijdens festival Over het IJ, kennismaken met een eerste versie van ‘Molenwijk, meer dan alleen een snackbar’. Janneke de Haan en Noortje Braat, violiste en performer, namen het publiek mee op een theatrale wandeling door de wijk. Daarbij trad Noortje op als ‘gids’: ze verhaalde over de idealen die ten grondslag lagen aan de wijk, de betrokkenheid van de eerste bewoners en de ontwikkelingen in de decennia erna. De persoonlijke herinneringen en anekdotes van verschillende Molenwijkers dienden daarbij als leidraad.

Janneke en Noortje presenteerden eind oktober, tijdens 24H Noord, een nieuwe versie van de performance. Ditmaal zorgde een klein koor van Molenwijkse dames voor muzikale ondersteuning; zij zongen onder meer het door Noortje geschreven Molenwijklied. Het plan om duo’s van wijkbewoners verhalen te laten vertellen op de parkbankjes vond helaas geen doorgang. Niet uit gebrek aan verhalen, of aan betrokken wijkbewoners; Janneke was juist blij verrast door de openhartigheid waarmee ze – vooral door de oudere Molenwijkers – te woord werd gestaan. Zoals zo vaak, strandde het plan door organisatorische en logistieke strubbelingen.

Pleidooi
De performance was in de eerste plaats een pleidooi voor een nieuwe ontmoetingsplek in de buurt. Het door veel Molenwijkers geuite gemis aan saamhorigheid was volgens Wijkmaker Janneke de Haan niet alleen een blijk van nostalgie. Sinds de sluiting van wijkcentrum het Molenhuis in 2012 ontbreekt het namelijk aan een fysieke plek voor breed gedragen activiteiten. De Molenwijkkamer is immers alleen geschikt voor kleine groepjes.

Natuurlijk kon haar oproep op veel bijval rekenen van de aanwezige Molenwijkers. Begin november besloten wijkbewoners Hans Kes en Louise van Dam het overleg met Stadsdeel Noord en woningcorporatie De Alliantie nieuw leven in te blazen om de sociale samenhang en de voorzieningen in de wijk op de agenda te krijgen. Onder de noemer ‘Molenwijkers missen buurthuis’ besteedde ook stadszender AT5 aandacht aan de performance.

Gerrit Stegehuis: “Wij zijn het, met z’n allen, die iets leuks kunnen maken van de Molenwijk. Daar ben je zelf bij.”

Positieve insteek
Na afloop van de laatste wandeling roemde Gerrit Stegehuis, namens het Stadsdeel werkzaam als gebiedsmakelaar in de Molenwijk, de positieve kracht die uitging van de performance. “De Molenwijk is vrij dynamisch op dit moment. Er is het nodige mis, maar er gebeuren ook veel goede dingen, zoals dit initiatief. Deze wandeling laat zien hoe mooi het is als je iets positiefs als vertrekpunt neemt. Dat is namelijk de kunst: om te zoeken naar een positieve insteek, dan krijg je namelijk veel meer mensen mee.” Hij voegde eraan toe dat de Gemeente in gesprek is met de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA). Deze heeft namelijk als ambitie om zich nog meer te profileren als ontmoetingsplek voor alle Amsterdammers, niet alleen in de centrale bibliotheek maar ook in de wijken.

Stegehuis plaatste ook een inspirerende kanttekening: “Het gaat niet alleen om een fysieke plek; het gaat ook om het sociale programma wat daarachter ligt. Wij zijn het, met z’n allen, die iets leuks kunnen maken van de Molenwijk. Daar ben je zelf bij.”