1. Ontdek de Waterlandpleinbuurt

Beeldend kunstenaar Yasser Ballemans (1981) is in 2017 gevraagd om als Wijkmaker aan de slag te gaan in de Waterlandpleinbuurt, waar hijzelf ook woont. Manus Groenen volgde hem tijdens de totstandkoming van zijn performance ‘Vuur en Waterlanders’, vanuit het perspectief van de professioneel betrokkene die het werkproces van de kunstenaar probeert te ontleden. Onderstaande bijdragen zijn het integrale verslag van zijn bevindingen.

Deze wijk werd bij de bouw in de jaren zestig Tuinstad de Weeren genoemd, kreeg vervolgens de naam Nieuwendam-Noord, en werd in oktober 2012 uiteindelijk omgedoopt in Waterlandpleinbuurt. De naamsverandering is onderdeel van een charmeoffensief van de gemeente waarin de buurt wordt geprezen om haar groen, betaalbaarheid en bereikbaarheid. Groen is de wijk zeker: de Waterlandpleinbuurt wordt aan zowel de noord- als zuidkant begrensd door water en woeste parken, maar de natuur is ook door de wijk vervlochten. Zelfs een groot deel van de straten is vernoemd naar Noord-Hollandse plaatsen en natuurgebieden. Daarnaast staat de wijk in nauwe verbinding met natuurgebieden ten noorden van de wijk, in Waterland. Vanaf volkstuinenpark Buikslotermeer, gelegen langs de ringweg A10 aan de oostgrens van de wijk, kijk je richting het landelijke Noord waar koeien en schapen staan te grazen. De bereikbaarheid van de buurt neemt dankzij de komst van de Noord-Zuid lijn ook absoluut toe. Wat de betaalbaarheid betreft, waar de gemeente graag mee te koop loopt, is het maar net de vraag: betaalbaar voor wie?

Betaalbaar voor wie?

Middelhoogbouw uit de jaren zestig
Beeldend kunstenaar Yasser Ballemans woont zelf al een aantal jaar in deze wijk. Ik ontmoet hem voor het eerst bij hem thuis, in een gebouw dat vrij typisch blijkt voor deze buurt. De buurt staat namelijk vol met dergelijke middelhoogbouw uit de jaren zestig: veel portieketageflats in drie à vier bouwlagen met een aantal hogere uitschieters aan de randen van de wijk. Het gezicht van de buurt verandert echter snel. Lange tijd is er niets met de wijk gebeurt, maar sinds 2001 wordt zij flink onder handen genomen. Stadsdeel Noord, Woningstichting Rochdale, Stadgenoot en Ymere werken samen om de Waterlandpleinbuurt van een jaren-zestig-wijk te veranderen in een aantrekkelijke wijk met een divers woningaanbod, een nieuw winkelcentrum en drie nieuwe schoolgebouwen. Het opgeknapte winkelcentrum Waterlandplein met zes woontorens moet het kloppende hart van de buurt worden. De multiculturele samenstelling van de wijk wordt mooi weerspiegeld in het aanbod op het plein, waaronder een Marokkaanse patisserie, een Indonesische toko en de oer-Hollandse Febo.

Nieuwe bewoners
Yasser is als wijkmaker zeer geïnteresseerd in de culturele samenstelling van zijn wijk. De autochtone bewoners van de jaren zestig zijn oud geworden en hun kinderen zijn veelal vertrokken uit de buurt. Nieuwe bewoners zijn ervoor in de plaats gekomen en de Waterlandpleinbuurt is een multiculturele samenleving geworden. Volgens gegevens uit 2013 bestond de wijk toen voor twee-derde uit Nederlanders met een migratieachtergrond, een hoog percentage vergeleken met de rest van Amsterdam-Noord, waar het aandeel rond de 35 procent ligt. Op menig flat prijken dan ook schotelantennes en vlaggen van verschillende nationaliteiten. Recent lijkt er weer sprake te zijn van een influx van autochtone Nederlanders, door het aanbod van nieuwe luxe koopwoningen.

Wanneer je tussen de woonblokken rondloopt wordt snel duidelijk dat de wijk in ontwikkeling is. In de Markengouw, een lange straat, lopen de oude portiekflats over in sloopprojecten, waar aan de andere zijde gloednieuwe huizen verrijzen. Volgens de gemeente moet het een wijk worden ‘waar het voor iedereen prettig is, met betaalbare woningen met tuin en ruime appartementen met balkon. Een wijk met volop kansen voor alle bewoners, een wijk met een nieuwe en eigen identiteit.’ Dat klinkt zeer optimistisch maar er is nog wel een aardige weg te gaan. Joke van Geel, gebiedsmakelaar van de gemeente in de Waterlandpleinbuurt erkent dit ook: “Op sociaal gebied zijn er verschillende uitdagingen om bewoners dezelfde kansen te geven.” Yasser liep met Joke van Geel rond in de wijk waarin ze de problemen aanstipte die zich veelal achter gesloten deuren voordoen. De wijk is een ‘focuswijk’ waarin problemen rond armoede, onderwijs en zorg gestaag verbeteren, maar nog steeds aanwezig zijn.

Verschil tussen arm en rijk
Er zijn straten waar de oudere jaren-zestig-woningen een prettige uitstraling hebben en de openbare ruimte netjes oogt, maar andere delen van de buurt maken een somberder indruk. In de grauwe portiekwoningen wonen niet zelden gezinnen met vijf of meer kinderen op veel te weinig woonoppervlak. Er is dan ook een probleem met armoede in de wijk. In 2013 moest ruim een kwart van de twaalfduizend wijkbewoners rondkomen van een minimuminkomen. Het aandeel werklozen was ook hoog: 7,4 procent. Veel jongeren groeien dan ook op in armoede. De lage citoscores en aantallen voortijdige schoolverlaters die hiermee samenhangen zijn nog steeds een aandachtspunt, al is er een verbetering te zien.

‘Een wijk met volop kansen voor alle bewoners, een wijk met een nieuwe en eigen identiteit.’
Dat klinkt zeer optimistisch maar er is nog wel een aardige weg te gaan.

Het verschil tussen arm en rijk is in de buurt duidelijk te zien. “Dat in het winkelcentrum zowel een Albert Heijn als een Aldi wordt gevestigd, tekent de mix van bewoners,” aldus oud-stadsdeelvoorzitter Rob Post. De nieuwbouwprojecten in de wijk bestaan voornamelijk uit de bouw van strakke eigentijdse koopwoningen. Een nieuwbouwproject als ‘De binnentuinen van Noord’ van Stadgenoot zorgt voor de aangroei van aantrekkelijke woonblokken die gegroepeerd zijn rond een gemeenschappelijke binnentuin. Dat deze binnentuinen regelmatig afgeschermd worden van de buitenwereld door grote hekken, zorgt er echter voor dat dergelijke bouwprojecten aandoen als ‘gated communities’, die liever de rest van de buurt buitenhouden. De publieke ruimte in deze straten is wel veruit de mooiste van de wijk, met mooi aangelegd water en zelfs kunst (in de rest van de wijk afwezig).

De buurt is dan ook absoluut mooier geworden, maar daarmee stijgen ook de huurprijzen. Veel bewoners (zowel in de sociale huur als de vrije sector) hebben moeite deze huur nog te betalen. Verhuizen is geen optie omdat de woningmarkt volledig vastzit. Zo dreigen de kwetsbare bewoners nog meer in de problemen te komen. De SP verantwoorde het scherp: “Je kunt je afvragen wat je hebt aan een mooi opgeknapte wijk als de mensen voor wie het bedoeld is er niet meer kunnen wonen omdat het veel te duur is geworden.”

2. Yasser Ballemans – Wijkmaker en bewoner

Yasser Ballemans woont zelf al een tijdje in een van de oudere flats vlak bij het Waterlandplein. Hij is beeldend kunstenaar en studeerde Autonome Beeldende kunst aan AKV | St. Joost in Breda en Beeldende Kunst aan het Sandberg Instituut te Amsterdam. Zijn vroege werk was vaak humoristisch conceptueel, zoals een werkje waarin een wave in het publiek van een klein stadion wordt gesimuleerd. Hierop ontwikkelde Yasser snel zijn herkenbare handschrift. Tegenwoordig wordt zijn beeldtaal voornamelijk bepaald door een voorliefde voor ornamenten en een decoratieve vormentaal. Deze abstracte, doch cultuur overstijgende beeldtaal gebruikt hij in grote ruimtelijke sculpturen die vaak worden opgebouwd uit platte vlakken en lijnen: “Ik heb veel gewerkt met platte uitsneden die resulteren in vrij strakke ‘schijnvolumes’ met een stoere, krachtige uitstraling.”

Conceptueel gaat zijn interesse ook uit naar kunst met een ‘semi-functionele rol’. Waar we beeldende kunst vandaag vooral tegenkomen in musea en galeries, netjes gescheiden van het alledaagse leven in een ‘white cube’, werd de kunstenaar in het verleden veel vaker ingezet om objecten met een publieke functie te realiseren. Triomfbogen, praalwagens, stadions, tempels en vlaggen werden door kunstenaars ontworpen en vervolgens ingezet in allerhande rituelen en feesten. Yasser is zeer geïnteresseerd in deze potentiële ‘bruikbaarheid’ van zijn werk. Hij zet zijn beeldtaal dan ook regelmatig in bij het vervaardigen van eigentijdse triomfbogen, kostuums, attributen en ontmoetingsplekken, die vervolgens geactiveerd kunnen worden door middel van rituelen, processies, feesten en activiteiten, waarin Yasser vaak aanspraak doet op de oergevoelens van zijn publiek.

Het kampvuur als plek waar verhalen en ervaringen gedeeld kunnen worden

Kampvuur
Yasser werkte in het verleden een periode voor de grande dame van de Nederlandse community art: Jeanne van Heeswijk. Daar heeft hij veel geleerd van de wijze waarop zij zich engageert met bepaalde gemeenschappen en buurten. Deze ervaring zal Yasser ook in de Waterlandpleinbuurt inzetten. Vanaf het begin van zijn maakperiode speelt hij met het idee om een ontmoetingsplek in de wijk te maken. Al snel drong het idee van een kampvuur zich bij hem op: een oervorm die in het teken staat van warmte en contact, een plek waar verhalen en ervaringen gedeeld kunnen worden. Hij is daarbij nog op zoek naar een mooie manier om met de wijk de dialoog aan te gaan. Moet hij deze ontmoetingsplek samen met wijkbewoners bouwen, of is dat aan hem, en worden de wijkbewoners zijn gasten die hij daar kan uitnodigen en ontvangen voor allerlei activiteiten? Moet het een plek worden waar hij als kunstenaar zeer sterk de ervaring van zijn publiek bepaalt, of mag deze beleving ook meer open van aard zijn, naargelang de inbreng van het deelnemende publiek?

3. Wijkliedjes rond het Kampvuur

Ik tref Yasser wederom op 6 juni. Naast het Wijkmakersproject van Over het IJ is hij tegelijkertijd bezig met andere opdrachten, waaronder een project in Drachten waar hij óók met het concept van het kampvuur aan de slag is gegaan. Alle projecten waar hij mee bezig is, zijn onderdeel van zijn werk- en denkproces; het ene project voedt het andere, al is de context van beide projecten zeer verschillend.

Yasser heeft voor Amsterdam gezocht naar een geschikte vorm om mensen rond zijn vuur bijeen te brengen. Zo is één van zijn ideeën een workshop om gemeenschappelijk kaarsen te maken, waardoor men iets van het vuur mee naar huis kan nemen. Hij speelt nu echter meer met het idee van dans, eten of muziek als verbindende elementen met een universele betekenis. In de wijk worden vele talen gesproken, maar iedereen begrijpt de taal van mooie muziek, lekker dansen en goed eten.

Tijdens onze afspraak komt ook de Wijksafari als problematisch idee aan bod; de term impliceert een buitenstaander die als een toerist in een wijk iets komt halen, maar weinig teruggeeft. Zo komt Yasser op het idee om zijn publiek niet alleen een ervaring vanuit zijn wijk te geven, maar ook om daarvoor iets terug te vragen. Hij wil liedjes verzamelen en een uitruil van muziek in gang zetten; een soort live Waterlandpleinbuurt Jukebox.

4. Vuur en Waterlanders!

Op 6 juli spreek ik de drukke Yasser weer. Hij heeft ondertussen bijna een sculptuur voor een school in Utrecht afgerond, een theaterproject in het Bijlmerpark­theater in samenwerking met CBK Zuidoost voltooid en hij is bezig geweest met een publieke sculptuur voor Dordrecht, waar óók een kampvuur deel van uitmaakt.

‘Wij zoeken liedjes voor rond een kampvuur,
heeft u er één?’

Zijn project in de Waterlandpleinbuurt is echter ook gevorderd. Hij heeft de hulp ingeschakeld van dirigente en zangdocente Jacqueline Fleskens en koordirigent Luc van Loo. Samen zijn ze, met gitaar in de hand, op het Waterlandplein liedjes gaan verzamelen door voorbijgangers te confronteren met de vraag: ‘Wij zoeken liedjes voor rond een kampvuur, heeft u er één?’ Deze zoektocht voor de Albert Heijn en bij een lokale kroeg heeft liedjes opgeleverd uit diverse windstreken. De achtergrondverhalen zeggen niet alleen veel over de culturele breedte in de wijk, maar raken ook op een mooie manier aan de geschiedenis van de wijk. Zo bezingt het nummer ‘Aan de zonzij van het IJ’, het constant veranderende Amsterdam-Noord, wat verbazend actueel is.

Yassers plan voor de ontmoetingsplek is ondertussen ook al in een aantal variaties uitgewerkt. Op de schetsen dient het kampvuur als middelpunt; daaromheen verrijst een tribune of podium dat op een sculpturale wijze vertakt in een overkapping. De buitenkant van het paviljoentje is geïnspireerd op notenbalken. Zodra het kampvuur binnen brandt zal het schaduwspel dat daardoor buiten ontstaat de omgeving van het paviljoen automatisch bij het spektakel betrekken. Voor de eerste festivalweek die half juli zal plaatsvinden ontwierp Yasser een speciale tijdelijke vertaling van het paviljoentje, waar Jacqueline en Luc samen met het aanwezige publiek en bewoners van de wijk, een aantal liedjes zullen uitwisselen. Voor de presentatie aan het eind van de zomer zoekt Yasser nog naar de juiste vorm: wellicht een tent, of zelfs een permanente muziekkoepel op het Waterlandplein!

5. Druilerig maar warm: de eerste ronde

Op vrijdag 14 juli opent festival Over het IJ en in het volgende weekend zal tweemaal de tussentijdse presentatie van Yasser’s project plaatsvinden. Zondag 16 juli ben ik erbij. We starten in het hart van het festivalterrein en worden daar opgewacht door festivaldirecteur Esther Lagendijk die ons op de fiets zal meenemen naar het Waterlandplein. Hoewel het een natte dag is, sluit een tiental nieuwsgierigen zich aan.



Tijdens de fietstocht kom ik erachter dat enkele bezoekers zelf ooit in de Waterlandpleinbuurt gewoond hebben. Voor de meesten zal het echter een eerste kennismaking met de wijk worden. We fietsen door pittoreske stukjes van Noord en naderen na een kwartiertje het Waterlandplein. Op het grote grasveld zien we op een afstandje al het tijdelijke paviljoentje dat Yasser er gebouwd heeft, al is dat misschien een te groot woord. Met een aantal decoratieve houten constructies heeft Yasser een cirkelvormige ruimte afgebakend op het veld, waarbinnen een kampvuurtje aan het knapperen is. Ondanks het druilerige weer zitten al enkele wijkbewoners ons op te wachten: een meneer onder een paraplu, een jongeman die een danser blijkt en een aantal kinderen. We worden hartelijk ontvangen door Yasser en krijgen, voordat we gaan zitten een boekje met liedteksten. Eenmaal plaatsgenomen neemt Yasser het woord.



Hij vertelt ons kort iets over de wijk, wijst ons op zijn huis dat vlakbij staat en vertelt over zijn project tot dusver – waarin hij muziek uit de wijk verzameld heeft. Het resultaat daarvan ligt in onze handen. Al snel worden de charismatische koordirigenten Jacqueline Fleskens (die zo nu en dan een accordeon ter hand neemt) en Luc van Loo (vanavond begeleidend met gitaar) geïntroduceerd, die ons door het boekje met liedteksten zullen leiden.



Meezingavondje
Het wordt de bezoekers duidelijk dat zij zelf gaan zingen en niet alleen komen luisteren. Door de vriendelijke en informele manier waarop Jacqueline en Luc de bezoekers daarin meenemen, verloopt dit vanaf het begin erg ontspannen. De liedjes worden kort geïntroduceerd en gecontextualiseerd door de gezellige Brabantse Jacqueline. Ze vertelt bij de meeste nummers kort iets over de herkomst van het liedje, ofwel historisch ofwel vanuit de wijk. Na een aantal keer voorzingen en gezamenlijk oefenen, zingen we met zijn allen. Ondanks de wisselende zangkwaliteiten voelt iedereen zich in deze setting vrij genoeg om mee te zingen; onze voorzangers weten de sfeer rond het kampvuur er goed in te houden. Yasser zingt als gastheer mee, gooit wat hout op het vuur en deelt ondertussen een wijntje uit (of cola voor de kids), wat altijd helpt om de kelen te smeren.

Onze uitspraak van het Marokkaans is – op zijn zachtst gezegd – niet zo best…

In een klein uurtje zingen we naast bekende en onbekende Amsterdamse liedjes, ook nummers in Hindi, Papiaments en Marokkaans, talen die de meesten van ons niet eigen zijn. Door even te oefenen lijken we ze toch vrij snel onder de knie te krijgen. Helaas wijst een aangehaakte jongen er nadien op dat onze uitspraak van het Marokkaans op zijn zachtst gezegd niet zo best was, maar dat hij de poging waardeert. Er lijkt tijdens de voorstelling (als je het al zo kunt noemen) geen sprake te zijn van een strakke regie, waardoor er veel ruimte is voor improvisaties van Jacqueline en Luc. Het zorgt ervoor dat er een gezellige en natuurlijke flow in het hele meezingavondje ontstaat en dat iedereen die uit nieuwsgierigheid komt kijken op een warme wijze in de kring wordt opgenomen. Ondanks het weer haken ook nog enkele wijkbewoners aan. Een dame in een scootmobiel is vrijwel vanaf het begin aanwezig, levert vrolijk commentaar vanaf de zijlijn en zingt zo nu en dan een nummer mee. Tegen het eind komen zelfs een paar puberjongens aangelopen die een boekje aangereikt krijgen en verrassend genoeg zonder gene de laatste liedjes meezingen. Helaas wordt het weer steeds viezer en druipt soms iemand af, maar de meerderheid zingt tot het eind alle liedjes rond het kampvuur mee.



Kader?
Tijdens de natte fietstocht terug naar het festivalterrein, pols ik de deelnemers naar hun ervaringen. Vrijwel iedereen geeft aan het leuk gehad te hebben; Jacqueline en Luc worden zeer gewaardeerd en ook de wijze waarop ze wijkbewoners weten te betrekken wordt geroemd. Toch zijn er ook wat kritische kanttekeningen. Volgens sommigen had Yasser zelf meer op de voorgrond mogen treden als wijkmaker en had hij wat meer over het ‘waarom’ van zijn plannen mogen vertellen. Velen waren ook nieuwsgierig naar de liedjes zelf en hadden er graag meer over gehoord: waarom zijn deze liedjes gekozen? Wie hebben ze ingebracht en wat is hun verhaal daarbij? Wat is de geschiedenis van deze nummers? Wat is hun relatie tot de buurt en de plek waarop we ze zingen? Dergelijke zaken werden zo nu en dan aangestipt door Jacqueline, maar het had meer een kader mogen vormen voor het gehele evenement. Dat had volgens een aantal bezoekers de waarde van het project vergroot. De bijeenkomst zou daardoor meer context krijgen waardoor het van een avondje gezellig zingen met bezoekers en wijkbewoners tot een gelaagder project zou kunnen uitgroeien. Al met al waren de ervaringen overwegend positief en viel het avondje ‘Vuur en Waterlanders’ ondanks het slechte weer niet in het water.

6. Activistische vuurtjes worden aangewakkerd!

Het atelier van Yasser Ballemans bevindt zich op het beruchte industrieterrein De Heining, in het Westelijk Havengebied. De ruimte staat vol met kunstwerken, modellen en proefjes voor oude en nieuwe projecten. Ook de vlaggetjes die hij gebruikt heeft bij de eerste, tussentijdse presentatie van zijn Wijkmakersproject staan in het atelier opgeslagen. Ik kijk met hem kritisch terug op de vorige editie en we blikken vooruit naar de komende presentatie tijdens 24 uur Noord.

Losse schroeven
De eerste fase van het project, Vuur en Waterlanders, voelde volgens Yasser als een goede en logische start. Het samen zingen rond het kampvuur was een ontspannen manier om de gasten van Over het IJ en de wijkbewoners de hand te laten schudden, al was het voor Yasser achteraf misschien iets te luchtig en vrijblijvend. Zijn tussentijdse presentatie leek in eerste instantie een tussenstop richting een eindpresentatie die hij al aardig had uitgedacht en uitgetekend, maar alles lijkt nu weer op losse schroeven te staan. Yasser vindt dat er iets nodig is met een bepaalde noodzaak voor de wijk. Hij heeft de ander leren kennen en zijn eigen plek ook, maar wil nu een betekenisvolle connectie met de wijk zien te maken.

De Daltons
Deze activistische bijsturing van zijn denkrichting komt voort uit enkele ontmoetingen die hij sinds de vorige editie heeft gehad. De Waterlandpleinbuurt is een wijk met veel culturen, lage inkomens en allerlei problemen. Yasser sprak met een werknemer van woningbouwvereniging Stadgenoot over de ontwikkelingen in de wijk. Deze stelde dat Noord best een goede wijk was, tot veel mensen vanuit de Bijlmer naar Noord verplaatst werden, waardoor er meer arme en laagopgeleide gezinnen in Noord kwamen. Daar hoort helaas ook criminaliteit bij, iets wat de wijkagent in een gesprek met Yasser beaamt. In Noord spelen de problemen zich veelal af achter gesloten deuren. De bewoners hebben zelf veel aan hun hoofd en zullen problemen in de straat of wijk dan ook nauwelijks melden, maar de betrokken maatschappelijk werker in de wijk krijgt dat wel te horen en de wijkagent weer via haar. Hij vertelde Yasser over problematiek die zichzelf aanwakkert; een eerste stuk graffiti op de muur leidt tot meer; ‘Dalton’-gezinnen met oudere broers in de criminaliteit slepen de jongere kinderen daarin mee. De concentratie van dit soort problemen in de wijk verkleint de kans dat er iets verandert.

Mix van bewoners
Maar: de wijk verandert volgens Stadgenoot momenteel ten goede. Veel van de moeilijke huishoudens worden herplaatst en verspreid over andere delen van de stad. Sommige slechte plekken van de wijk waren gevaarlijk, maar de beruchtste stukken zijn ondertussen afgebroken en herbouwd. Er komen in deze nieuwe delen van de buurt ook meer gezinnen met hogere inkomens wonen, waardoor er een betere mix aan typen bewoners ontstaat. Dit heeft positieve gevolgen voor het aanbod aan horeca, winkels en de mix van culturen in de wijk, een negatief gevolg daarvan is echter ook een gebrek aan sociale cohesie.

De verbeelding is het sterkste wapen om jezelf mee te verdedigen

Yasser heeft een duidelijk activistisch verlangen en de behoefte iets te organiseren waar mensen in Noord echt iets aan hebben. Hij heeft zich verdiept in de verschillende problemen die in de wijk voorkomen. Problemen rond armoede komen voort uit brede maatschappelijke vraagstukken als toenemende financiële ongelijkheid en een gebrek aan gelijke kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Kinderen uit grote, kansarme gezinnen met een niet-Nederlandse achtergrond die criminaliseren krijgen er van langs in de publieke opinie, maar grootschalige belastingontduiking van multinationals en risicovol speculatief gedrag van banken blijft prima te verantwoorden, terwijl dit type criminaliteit vele male schadelijker is voor de samenleving.

Artistiek activisme
Yasser wil mensen van de wijk bij elkaar brengen en helpen emanciperen. We spreken over verschillende vormen van artistiek activisme. Voor Yasser zijn werkwijzen als die van Tinkebell te polariserend. Een alternatief waar hij in het verleden dicht bij betrokken is geweest, zijn de projecten van Jeanne van Heeswijk die zich voor langere tijd structureel verbind aan een wijk. Ze weet daarmee sociale problemen op te lossen, maar deze werkwijze vraagt om veel vergaderen, overleg en bureaucratie. Yasser gelooft zelf meer in de combinatie van verbeelding, humor en kritisch sociaal activisme om zijn doelen te bereiken.

De verbeelding is het sterkste wapen om jezelf mee te verdedigen en om mee te vechten voor een betere toekomst. Als volgende stap wil hij de bewoners van de wijk artistiek bewapenen om voor zichzelf op te kunnen komen. Hij wil de mensen in de wijk die vaak geen stem krijgen omdat ze gezien worden als het probleem, een stem teruggeven en ze laten vertellen waar volgens hen de echte problemen in de maatschappij zitten. Zo kan hij het zingen uit zijn tussenpresentatie inzetten in een theatrale protestmars. Of een workshop opzetten om met bewoners sculpturen voor rechtvaardigheid te maken waarbij ze op een symbolische wijze maatschappelijke problemen kunnen vertalen in kunstwerken. Deze kunnen vervolgens ritueel verbrand worden of in een mars teruggebracht worden naar waar ze vandaan komen om daar de problemen in de wijk achter te laten als een offer of aanklacht. De ideale vorm heeft Yasser nog niet gevonden, maar zijn denkrichting is duidelijk.

7. Een warme gemeenschap

De eindpresentatie van het project van Yasser Ballemans is door onvoorziene weersomstandigheden tweemaal vooruitgeschoven. Uiteindelijk vindt deze dan toch plaats, op vrijdagavond 16 februari in de context van een samenwerking tussen festival Winters Binnen en Over het IJ. Yasser organiseerde samen met zangcoach Yinske Silva een bijeenkomst getiteld ‘Nieuw Licht’. Aspecten van Yassers vorige presentaties (vuur, muziek, het delen van verhalen) zijn samengevoegd met ideeën die al eerder op tafel kwamen. Het leidde tot een warme presentatie op een frisse winterdag

Als ik een uur voor de officiële start aankom, is het al duidelijk dat Yasser weer op het Waterlandplein aanwezig is; de kenmerkende vlaggenstokken zijn in een mooie cirkel opgesteld, een tent die duidelijk van zijn hand is vormt daarvan het middelpunt. In de open tent loeit al een vuur in een vuurkorf die ook door Yasser is ontworpen. Piramidevormige metalen bakken waarin oude kaarsen worden gesmolten hangen er omheen.

Samensmelten
De afgelopen weken zijn op Yasser’s initiatief oude kaarsen verzameld in de buurt. Een kruiwagen vol is het resultaat; gebogen kaarsen die voor een raam hebben gestaan, halve stompkaarsen en ongewenste kerstmankaarsen liggen in een berg op elkaar. Nu worden deze oude kaarsen samen met de bewoners en bezoekers omgesmolten tot nieuwe kaarsen. Vóór aanvang van de presentatie rennen enkele kinderen uit de buurt al enthousiast rond de tent. Hanneke, die vandaag assisteert, is druk bezig om met deze buurtkinderen mallen te maken. Met klei maken ze een eigen mal; alle vormen mogen, maar de favoriete vorm blijft een hartje. “Voor mijn moeder,” zegt een Marokkaanse jongen van 10 jaar blij. Mijn hart smelt.

Als het donker begint te worden verschijnen vaders met kinderen uit de buurt, geven oudere bewoners toe aan hun nieuwsgierigheid en nemen bezoekers van Winters Binnen plaats. Ik praat bij het vuur kort met twee oudere dames uit de buurt, die razendsnel switchen van de boodschappen (meerdere broodsoorten worden besproken), naar het weer, en opnieuw naar hun aanwezigheid bij dit evenement. Ze hebben weinig verwachtingen maar zijn nieuwsgierig aangehaakt. Van ‘lekker warm’ gaat de waardering van het vuur bij de dames achteruit tot ‘mijn benen worden nu wel erg warm’.

Yasser neemt het woord en vertelt over zijn project en de presentaties tot dusver in zijn wijk, die constant in verandering is. Het winkelcentrum is er recent geland als een ‘futuristische nederzetting op Mars’. Veel woningen worden gesloopt en gezinnen verplaatst. De wijk zal vorm krijgen volgens de verbeelding van ambtenaren achter een tekentafel of, mits men die rol opeist, volgens de verbeelding van de aanwezigen. Yasser roept de aanwezigen op om samen na te denken over ‘nieuwe vormen en nieuwe geluiden voor de toekomst’.

De taal van vormen
De groep wordt gesplitst: de ene helft gaat met Yinske Silva op zoek naar geluid; de andere helft blijft bij Yasser en gaat op zoek naar nieuwe vormen. Ik blijf bij de vormen-makers. Yasser instrueert ons om met gesloten ogen nieuwe vormen voor te stellen, die we vervolgens in tweetallen gaan samenbrengen in een kaars. Hierdoor zal deze groep ‘samensmelten tot een tijdelijke gemeenschap’ die de potentie heeft om de toekomst vorm te geven.

Een ‘tijdelijke gemeenschap’ die de potentie heeft om de toekomst vorm te geven

Het is ondertussen donker geworden en het vuur is een bron van licht en warmte in de winterse duisternis. Ik maak met een vader en zijn zoontje een grote kaars die volgens de instructies van de kleine jongen langzaam de vorm van een hond aanneemt. Of dit de futuristische vormen zijn die Yasser voor ogen had, vraag ik me af, maar het biedt wel de mogelijkheid om met onbekenden te praten over de taal van vormen. Een aantal dames aan mijn tafel, werkzaam in de creatieve sector, beklaagt zich – lacherig – over het feit dat ze in hun vrije tijd toch weer dingen aan het maken zijn. Zodra we een mooie vorm gemaakt hebben, komt Yasser tevoorschijn met de gloeiendhete bakken met was. Nadat de resultaten gestold zijn worden ze gefotografeerd en Yasser noteert onze gegevens met het verzoek om een foto van de kaars in ons huis te maken en die te delen.

Compositie
Zodra Yinske is teruggekeerd met de geluiden-groep, scharen we ons weer gezamenlijk rond het vuur en maken we een compositie met gevonden geluiden. Van fietskettingen, motoren tot gillende kinderen, al het geluid wordt door de groep geproduceerd en onder leiding van de dirigent spelenderwijs tot een compositie gevormd.

Op een laagdrempelige manier nodigt ‘Nieuw Licht’ uit tot scheppen. Het is een bescheiden gebaar, maar benadrukt de verbeelding en de scheppingskracht van de aanwezigen. Het laat de mogelijkheid voelen om met een diverse groep onbekenden een warme gemeenschap te vormen die haar eigen toekomst kan vormgeven. We delen rond het vuur verhalen, ervaringen en inspiratie en nemen een deel van de warmte en energie die daaruit voortkomt met ons mee in de vorm van een kaars die thuis symbolisch verder zal branden.